Natuur- en recreatiegebied Broekpolder
Er valt zoveel te beleven!
Fauna Broekpolder
Grazers
De verlaten akkers en weilanden zijn gaan verruigen en zijn nu een
struin- en wandelgebied voor recreanten. De verre zichtlijnen in de Broekpolder
worden gewaardeerd door recreanten. Wanneer het gebied niet beheerd wordt zal
het dichtgroeien met struweel en bos. Begrazing door o.a runderen is een natuurlijke
manier om ervoor te zorgen dat het voormalige landbouwgebied zo open mogelijk blijft.
De grazers zorgen voor een rijke variatie in de vegetatie (begrazingsmozaïeken)
en zijn ook een recreatieve trekker voor de Broekpolder.
Het natuurlijk bosbeheer kan verder uitgebreid worden. Door de grazers in het
overgrote deel van de Broekpolder de ruimte te geven, wordt een van de
beheerproblemen van de huidige Broekpolder aangepakt: de woekerende Berenklauw.
Grote grazers zoals runderen eten Berenklauw. De grote ‘nederzettingen’ van
Berenklauw die momenteel waargenomen worden in de Broekpolder, zullen daardoor
verdwijnen. Het is overigens niet zo dat de Berenklauw verbannen wordt.
De plant zal onderdeel uit blijven maken van het ecosysteem maar niet meer in
zulke grote dichtheden als nu op sommige plekken te vinden is.
Ook een aantal exoten zullen in een beheerplan aandacht moeten krijgen (o.a. ongewenste soorten zoals rode kornoelje en Japanse duizendknoop. (Federatie Broekpolder, 2013)
De grazers zijn in de Broekpolder Schotse Hooglanders. Ook wel Highland Cow genoemd omdat ze oorspronkelijk uit Schotland komen. Naast roodbruine exemplaren komen ook zwarte, blonde, ‘roan’ (bruin/zwart gestreept) en soms ook witte exemplaren voor. Een volwassen stier weegt ongeveer 800 kilo en een koe 500 kilo. Schotse Hooglanders kunnen tot achttien jaar oud worden en in die tijd kan een koe ongeveer vijftien kalveren ter wereld brengen. De draagtijd is ongeveer tien maanden. Je kan een koe herkennen aan de wijd uitstaande hoorns, terwijl die van een stier horizontaal naar voren staan. Door hun lange haar kunnen ze ook in de winter buiten blijven.
Schotse Hooglanders hebben weinig zorg nodig en zijn zelden agressief. Enkel wanneer zij jongen hebben moet je echt uit de buurt blijven (en honden aan de lijn!) of wanneer men ze te lang aankijkt kunnen ze een beetje humeurig worden. Daarnaast wordt het absoluut afgeraden om ze te voeren, dan gaan ze immers zelf minder op zoek naar voedsel. Aaien wordt ook afgeraden.
De kudde Schotse Hooglanders is weer gegroeid. In december is een tiental runderen verhuisd naar De Ruigte. Daarnaast zijn in 2013 zes kalven geboren, dus het totaal aantal koeien is nu 26 stuks.
De kudde krijgt in januari een fors groter gebied tot haar beschikking. Na het weghalen van een deel van het schrikdraad kunnen de runderen, maar ook wij, zwerven in een stuk natuur van 140 ha. Dat is nu nog 40 ha. (Federatie Broekpolder, 2013)
Schapen
Schapen produceren vlees, melk, wol en mest. Eeuwenlang werden
heideschapen in de Nederlandse en Belgische Kempen vooral om dat
laatste product gehouden: schapenmest. Door de graasactiviteiten
van – vooral – de grote aantallen schapen ontstonden in de loop der
eeuwen uitgestrekte, vrijwel boomloze heidevelden met een heel bijzondere,
en vaak kwetsbare flora en fauna. Parallel aan deze landschapsvorming
ontwikkelde zich in de Kempen een type schaap dat specifiek was aangepast
aan de schrale en vaak harde levensomstandigheden op de heide.
Het Kempische heideschaap is dan ook een gehard ras.
Het kan uitstekend toe met een schraal dieet van heide, hard gras en
het onkruid dat na de graanoogst afgeweid werd op de akkers.
Uiteraard is het Kempische heideschaap op zijn best bij de bestrijding
van houtige gewassen zoals Berk, Els en Lijsterbes.
Zelfs Brandnetels en Akkerdistels worden aangepakt.
Daarnaast blijken (Kempische) heideschapen minder gevoelig te zijn voor de
gifstoffen van het oprukkende Jacobskruiskruid. Maaien en na beweiden met Kempische heideschapen is een goede beheermethode om deze plant onder controle te houden.
Op grond van deze eigenschappen is het Kempische heideschaap ook in de eenentwintigste eeuw de beste beheerder van de zeldzaam geworden heideflora- en fauna in onze schaarse heidereservaten.
Daarnaast is het Kempische heideschaap een gemakkelijk schaap. Geboortehulp is slechts zelden nodig en het beenwerk is gemiddeld genomen goed. De dieren zijn dan ook in staat om gedurende langere tijd in relatief moeilijk terrein te verblijven en te lopen. De moedereigenschappen zijn goed ontwikkeld. Dat geldt ook voor het kudde-instinct, waardoor het in het veld goed gehoed en gestuurd kan worden.
Het Kempische Heideschaap is een middelgroot schaap. Het behoort tot de grote heideschapen. Het is echter kleiner en minder zwaar dan het Veluwse Schaap en heeft een betere vleeskwaliteit. Het is van oudsher bekend en gezocht als vleesschaap. Het is geschikt voor het beheer van heideachtige vegetaties en schrale graslanden. Het staat hoog op de benen, heeft een lange rug en een statige verschijning. De hals is lang en wordt gestrekt gedragen. Volwassen ooien wegen tussen de 45 en 65 kg. Kempische Heideschapen brengen gemiddeld ongeveer 1.5 lam groot. Jonge (eenjarige) ooien worden doorgaans niet bij de ram gelaten.
De kop is lang, smal en onbewold en glanzend behaard tot achter de oren, heeft een weinig verheven neus en een plat voorhoofd. De neusspiegel is minder roze dan bij het Veluwse Schaap. De kop is evenals de poten meestal geheel wit van kleur, maar soms ook bruin of gespikkeld. De ooien zijn altijd ongehoornd, de rammen doorgaans ook.
De wol van het Kempische Heideschaap is bijna helemaal wit, tamelijk fijn, korter en fijner dan van het Veluwse Heideschaap en het Mergellandschaap, er valt ook geen scheiding in. De wolopbrengst is gemiddeld 3 kg. De buik is onbewold en soms ook de keelgang. De staart is lang en bewold, maar korter en minder grof dan bij het Veluwse Heideschaap, hij komt tot enkele centimeters onder de hak. (Vereniging Stamboek Kempisch Schaap, 2013)
Geen dag te vroeg, eerder een dag te laat werden op zaterdag 18 augustus onder tropische temperaturen de lammeren van hun wollen jasjes ontdaan. Door parasols uit de volle zon gehouden stonden de lammeren in een omheind vierkant, op het terrein bij de slagboom aan de Watersport-weg, op hun beurt te wachten. De rest van de kudde bleef in de buurt, bijeengehouden door de hond. Schaapherder Martin Oosthoek en zijn collega gaven belangstellenden daarbij uitleg over hun schaapskudde, het werken met de hond en hun werkterrein. Binnen vijf minuten was een lam ontdaan van 1,5 kilo wol. Even stribbelde het dier tegen, maar zodra het op zijn rug lag, met zijn kop tussen de bovenbenen van schaapscheerder, onderging het dier het verwijderen van zijn te warme jas gelaten. Na afloop moet dat toch een stuk beter voelen bij temperaturen van 30°C. De uitleg, elektronisch versterkt, zorgde voor extra aantrekkingskracht naar langsfietsende recreanten. Voor de schapen en de hond Maggie was dit wel enigszins verwarrend omdat ze niet gewend waren aan het stemgeluid vanuit een luidspreker die op een ander plaats stond dan hun baas.
De schaapskudde wordt ingezet om de wildgroei van de berenklauw terug te dringen. Schapen zijn niet alleen dol op de bladeren, maar ook op de bloemen en zaden. Vooral de verwijdering van die laatste is van belang. Eén enkele berenklauw produceert tienduizenden zaden, die potentieel tot nieuwe planten kunnen uitgroeien. Ook hoge planten vallen ten prooi. De schapen duwen ze eenvoudigweg omver. Soms helpen ook vrijwilligers daarbij een handje. Door de schapen van de lente tot de herfst in de Broekpolder te laten grazen, dragen zij bij aan een ecologisch beheer, o.a. door zaden via hun ontlasting te verspreiden, maar ook door de eiwitrijke berenklauw te eten.
De kudde in de Broekpolder telt 270 Kempische schapen. Naast lammeren lopen er ook een paar rammen in. Momenteel zijn deze uitgerust met een tuigje en een gekleurd krijtblok, zodat duidelijk is welk schaap door de ram gedekt is. Elke 10 dagen wordt het krijtblok vervangen door één met een andere kleur. Hierdoor is het moment van lammeren redelijk nauwkeurig te bepalen. Na een draagtijd van 5 maanden worden de lammeren namelijk geboren. Door uit verschillende schaapskuddes de schapen met dezelfde kleur achterwerk samen te voegen worden alle lammeren binnen een kort tijdsbestek geboren.
De schaapherder wordt ingehuurd door de Gemeente en zal ook volgend jaar in de Broekpolder te zien zijn. Deze vergoeding is de grootste inkomensbron van de herder. De wol (3 kg per volwassen schaap) levert minder op dan het arbeidsloon van de scheerder. Schapen kunnen ca. 10 jaar oud worden. Dan zijn hun kiezen versleten en volgt net als bij olifanten een hongerdood, doordat voedsel niet meer goed verteerd kan worden. Daarom worden de schapen na zo’n 7 a 8 jaar vervangen door een jongere.
Een mobiel museum met foto’s en een video reportage over de schapen en de begrazing van de berenklauw completeerde de toelichting. Ook kon spinnen van wol bekeken worden, onder genot van een frisdrankje. (Federatie Broekpolder, 2013)
Bekijk het filmpje van het scheren:


Dagje Broekpolder | Dagje Vlaardingen | Dagje uit Vlaardingen| Uitje Vlaardingen | Vlaardingen | Vlaardingen Broekpolder | Broekpolder | Activiteiten Vlaardingen| Activiteiten Broekpolder | Natuur Vlaardingen | Uitjes Vlaardingen